Fabels en feiten over mollen vangen, verjagen en tips
Indien u last heeft van mollen en zich wellicht voor het eerst oriënteert op het internet worden u daar vele oplossingen aangeboden.
Veel van deze oplossingen blijken echter niet te werken, en de aanschaf van deze producten kosten u dus onnodig veel geld. En de mol graaft ondertussen onverstoorbaar door…..
Flessen zetten in de mollengang
Sterke geurstoffen in de gangen als knoflook, ui etc.
De mol heeft een slecht reukvermogen en gehoor. Deze methoden kunnen soms voor een korte periode werken omdat het een verandering is in zijn leefomgeving, maar hij zal er snel aan wennen en uw tuin opnieuw bezoeken.
Planten als Keizerskroon, Kruisbladwolfsmelk en Tuingloxinia.
Dit kan soms iets helpen, maar u dient er dan wel veel rondom uw tuin te planten.
Water in de gangen laten lopen
De gemiddelde oppervlakte van een mollen territorium is 400m2 met vele gangen op diverse dieptes. In dit gedeelte bevindt zicht het nest. Het nest wordt altijd op een afgelegen en rustige plaatst gemaakt, bijna nooit in een tuin. Daarnaast komt de mol op zijn dagelijkse voedseltocht wel tot 1 kilometer buiten zijn territorium. Het is bijna onmogelijk om dit oppervlakte met water te verzadigen. Daarnaast zullen vele gangen in uw tuin dicht slippen en uw grond zal verzakken. De mol gaat daarna gewoon weer nieuwe gangen graven.
Mollengaas horizontaal gelegd onder uw gazon.
Dit voorkomt wel grote molshopen, maar de mol kan nog steeds via de zijkant onder uw gazon komen en maakt dan gangen net onder het gaas. Verzakkingen blijven dus voorkomen. Het vrijgekomen zand perst hij door de mazen van het gaas omhoog.
Ultrasone mollen verjager met geluid of trillingen werkend op batterijen of zonne-energie die u in de grond kunt plaatsen.
Ik heb nog nooit een klant gehad die een mollen verjager had aangeschaft en daar resultaat van ondervond. Sterker nog, rond het apparaat lagen vaak vele molshopen. Op de trillingen die het apparaat veroorzaakt komen wormen op af, en dat is nu juist het hoofdvoedsel van de mol. ( denkt u maar aan de merel die eerst hipt over het gazon en even later de wormen pakt die bovengronds zijn gekomen. Onderzoek van de Plantenziektekundige Dienst Wageningen i.s.m. enkele buitenlandse organisaties heeft aangetoond dat het ondeugdelijke apparatuur is en als bestrijdingsmethode niet effectief.
Carbid
U kunt kleine brokjes carbid in de gangen plaatsen, 400 gram links en rechts in onderbroken gangen en/of molshopen en dit iedere dag besprenkelen met water. Er ontstaat een penetrante gaslucht wat de mollen soms tijdelijk een paar dagen verjaagt. Met carbid dood u geen mollen.
Waarom is het gewenste resultaat van Carbid minimaal?
Indien u op de grasmat loopt zijn de mollen al gevlucht. Na het aanbrengen van het carbid gaat het gas de gangen in (waar dan geen mollen zijn op dat moment) en vervolgens verlaat het gas het gangenstelsel door ventilatiegaten die de mol in zijn gangenstelsel heeft gemaakt voor zuurstof toevoer.
Mollen levend vangen
Er zijn enkele manieren om mollen levend te vangen. U dient dan zelf de val (koker) enkele malen ( 3 tot 4) per dag te controleren. De mol kan namelijk maar enkele uren zonder voedsel. Een gevangen mol zal erg veel stress hebben, en als ie dat al overleeft en u de gevangen mol elders weer wilt uitzetten is de kans groot dat het op een territorium is van een andere mol. Hierdoor ontstaat een gevecht waar 1 van beide mollen het vaak niet overleeft.
Alle genoemde toepassingen kunnen met veel geluk tijdelijk de mol bij u weghouden. Indien uw perceel rijk is aan wormen en insecten zal de mol/een nieuwe mol binnen een paar dagen uw tuin weer weten te vinden en verder gaan met zijn graafwerkzaamheden.
Uiterlijk
De mol heeft een zwarte, fluweelachtige dichte vacht. De haren van zijn vacht zijn op zo’n manier in de huid geplaatst dat ze elke kant op kunnen bewegen. De mol heeft grote tot graafhanden omgevormde voorpoten, met elk vier vingers en een duim met puntige nagels, waarmee hij uitstekend kan graven. De mol heeft kleine, slecht ontwikkelde ogen, maar hij is niet blind. Hij heeft een spitse, slurfvormige roze snuit met gevoelige snorharen en tastzenuwen en een klein staartje. Hij heeft geen uitwendige oren en ook zijn nek is niet te zien doordat die zo gespierd is.
Afmetingen: lengte kop-romp: 11- 16 cm, lengte staart: 2,5 – 4 cm, gewicht: 60 – 140 gram. Mannetjes zijn iets groter en zwaarder dan vrouwtjes.
Geluid
De mol maakt vrij weinig geluid. Bij opwinding maakt hij zachte piepgeluidjes en tijdens gevechten een vrij luid geschetter. Verder maakt de mol tijdens zijn zoektochten naar voedsel vrij veel lawaai in de vorm van geritsel met blaadjes.
Leefgebied en verspreiding
De mol komt overal voor waar de grond geschikt is om in te graven. Voorwaarden zijn dat de bodem niet te zandig, te vochtig of te stenig is en dat er voldoende regenwormen aanwezig zijn. De bodem mag daarom ook niet te zuur zijn. De mol heeft een voorkeur voor rulle, humusrijke grond met een niet te hoge grondwaterstand en permanente begroeiing. Hij komt vooral voor in loofwouden en graslanden, maar ook in tuinen, bosranden, en parken.
In Nederland komt de mol vrijwel overal voor, al varieert de populatiedichtheid sterk. Alleen op de Waddeneilanden en in de centra van grote steden ontbreekt hij.
Leefwijze en voedsel
De mol leidt een solitair bestaan. Hij is zowel overdag als ’s nachts actief. Een mol controleert zijn gangenstelsel ongeveer 3 maal per etmaal, 4 tot 5 uur actief en 3 tot 4 uur rust (slapen) het gehele etmaal door. De gangen die de mol graaft zijn als een groot visnet. In de gangen komen namelijk per ongeluk wormen en andere insecten terecht, deze blijven hier altijd enige uren tot dagen in rond kruipen. De mol vindt deze op zijn controle. De insecten die hij eetbaar vind eet hij normaal direct op.
De mol verblijft vrijwel zijn gehele leven ondergronds. Door zijn speciale rechte haarinplant kan de mol even gemakkelijk voor- als achterwaarts door de gangen bewegen. Mollen kunnen goed zwemmen en klimmen.
De mol graaft diepe en ondiepe gangen tot 1 meter diep, waarvan de totale lengte 60 meter kan bedragen. De gangen worden ook wel tunnels genoemd. Bij het graven ontstaan de bekende molshopen; hopen zand. In bosgebieden liggen de molshopen dikwijls onder afgevallen bladeren verborgen. De mol kan uitstekend graven, de oppervlakkige gangen graaft hij met een snelheid van 12-15 meter per uur. Tijdens het graven wordt de aarde langszij naar achteren gewerkt en vervolgens naar buiten geduwd. Soms liggen de gangen zo ondiep, dat ze te zien zijn door de omhoog gewerkte grond. Deze gangen worden ‘mollenritten’ genoemd en worden vaak gemaakt door jonge mollen op zoek naar een eigen territorium of door volwassen mannetjes, in de paartijd. Wanneer de burcht voldoende voedsel oplevert, neemt de graafactiviteit van de mol af.
De mol onderhoudt zijn gangenstelsel goed en sluit uitgangen zo nodig van binnen af. De mol eet uitsluitend dierlijk voedsel. Het gangenstelsel van de mol fungeert hierbij als een val voor ongewervelde dieren; tijdens voedselrondes door zijn gangenstelsel, verschalkt hij de dieren die in de gangen zijn gevallen. Het belangrijkste voedsel is de regenworm. Daarnaast eet hij ook larven, insecten, spinnen of slakken en soms kleine ongewervelde dieren, zoals jonge muizen, of eieren. In naaldbossen eet de mol ook veel kevers. Per dag eet de mol 50% van zijn lichaamsgewicht, wat neerkomt op ongeveer 50 gram. In het voor- en najaar legt de mol een voedselvoorraad aan. Van de wormen die hij overhoud bijt hij in beide kopeinden zodat de wormen verlamd raken, en neemt ze mee om ze in zijn voorraadkamer te bewaren. De wormen vormen daar een grote kluw van soms wel 800 (nog levende) wormen.
De voorraad kamer grenst altijd direct aan zijn slaapruimte(nest)
Wanneer de bodem droog is, komt de mol aan de oppervlakte om naar water te zoeken, bijvoorbeeld dauw, een beek of vijver in de tuin.
Territorium en verblijfplaats
Het gangenstelsel van een mol is tevens zijn territorium. De grootte van een territorium van een mannetje beslaat tot 500 m2 en dat van een vrouwtje tot 400 m2. Soortgenoten worden hier op agressieve wijze uit verjaagd, maar de verschillende territoria kunnen elkaar overlappen en gemeenschappelijke tunnels bevatten, bijvoorbeeld naar water. In een open landschap met een humusrijke bodem en bossen met rijke bodems bedraagt de dichtheid 8 tot 16 dieren per hectare. In heidegebieden en op droge zandgronden zijn de dichtheden zeer laag en de territoria groter.
De mol maakt zijn nest op een diepte van ongeveer 50 cm in een diepe gang. Het nest is 25 cm breed en bestaat uit grassen, bladeren en mos.
Voortplanting en leeftijd
In de paartijd (februari-april) gaan mannetjes op zoek naar vrouwtjes. Ze verlaten hun territorium en graven lange mollenritten, totdat ze een territorium van een vrouwtje hebben gevonden. Tijdens de paringsperiode blijven die gangen intact. In mei of juni worden de jongen geboren. Na een draagtijd van circa 28 dagen werpt het wijfje in het nest in de centrale ruimte 3 tot 6 (soms 2 tot 7) naakte en blinde jongen. De jongen zijn dan 3,5 gram zwaar. Alleen het vrouwtje zorgt voor de jongen. Na 14 dagen hebben de jongen een vacht ontwikkeld. De ogen gaan na circa 22 dagen open, en na 33 dagen verlaten de jongen voor het eerst het nest. Na 4 tot 5 weken worden de jongen gespeend. Na twee maanden zijn de jongen zelfstandig en worden ze verstoten. Ze graven dan een gang loodrecht naar boven en gaan, grotendeels bovengronds, op zoek naar een eigen territorium. Mollen zijn geslachtsrijp na 11 maanden. De mol kan ongeveer 3 jaar oud worden. Echter, slechts 40% overleeft het eerste levensjaar en slechts 2% van de dieren wordt 3 jaar.
Bedreiging en bescherming
Onder de grond heeft de mol geen natuurlijke vijanden, alleen zijn eigen soortgenoten. Boven de grond wordt de mol bejaagd door onder andere uil, buizerd, blauwe reiger, ooievaar, wezel, hermelijn en vos. Andere doodsoorzaken zijn honger door droogte en verdrinking door overstromingen.
In Nederland is de mol volgens de nieuwe Flora- en faunawet sinds maart 2005 niet langer een beschermd dier. In het begin van deze eeuw was de mol wel beschermd, omdat men hem zag als een nuttige insecteneter.